ING: herstel bouw blijft bescheiden, vergunningen woningbouw lopen wel op
ING: herstel bouw blijft bescheiden, vergunningen woningbouw lopen wel op
De Nederlandse bouwproductie stabiliseert in 2026 en groeit volgens ING in 2027 weer licht. Onder andere de stijgende vergunningverlening voor nieuwbouwwoningen en het verwachte herstel van de B&U-markt zijn relevant. Tegelijkertijd blijven hoge bouwkosten, beperkte capaciteit en een zwakke utiliteitsmarkt de groei remmen.
ING verwacht voor de totale bouwproductie dit jaar noch groei noch daling en in 2027 een volumegroei van 1,0%. Voor woningen en bedrijfsgebouwen wordt in 2026 nog een krimp van 0,5% voorzien, gevolgd door 1,0% groei in 2027. Voor de bouwmaterialenindustrie geldt hetzelfde beeld: -0,5% dit jaar en 1,0% volgend jaar.
Vergunningen woningbouw lopen iets op
Een redelijk positief signaal komt uit de woningbouw. In mei dit jaar werden 10.628 bouwvergunningen voor nieuwbouwwoningen afgegeven. Dat is het hoogste maandniveau sinds de huidige meetmethode in 2015, aldus ING. Op jaarbasis gaat het aantal vergunningen volgens ING richting 95.000.
Dat betekent geen even grote stijging van de bouwproductie. Het aantal bouwstarts ligt jaarlijks 10.000 tot 15.000 woningen lager dan het aantal afgegeven vergunningen. Bovendien duurt het vaak ruim twee jaar voordat een vergunde woning daadwerkelijk is opgeleverd. ING verwacht daarom circa 71.000 opgeleverde nieuwbouwwoningen in 2026 en 74.000 in 2027. Voor de bouwmaterialenhandel betekent dit dat de pijplijn beter gevuld raakt.
Bouwmaterialenindustrie blijft achter
Opvallend is de ontwikkeling in de bouwmaterialenindustrie. Sinds 2022 is het productievolume van onder meer beton, cement en bakstenen met ruim 20% gedaald. Dat is sterker dan de terugval in de B&U-productie. ING noemt onder meer de groei van houtbouw en een mogelijke toename van import als verklaringen. Het aantal in hout gebouwde woningen steeg van 2.435 in 2022 naar 4.481 in 2025 (bron: Buildsight). Daarmee lijkt naast de conjuncturele ontwikkeling ook de materiaalmix in beweging.
Hoge materiaalprijzen blijven remmende factor
Ook de productiekosten blijven een belangrijk aandachtspunt. Energie-intensieve bouwmaterialen zoals cement, beton en bakstenen blijven relatief duur. Gasprijzen en hogere transportkosten spelen daarbij een rol. Hoge bouwkosten zetten de financiële haalbaarheid van projecten onder druk en kunnen daarmee ook de uiteindelijke bouwvolumes beperken. Actueel spelen ook lage waterstanden een rol, doordat het transport van grondstoffen hierdoor duurder kan worden.
Bedrijfsgebouwen blijven zwak
In de utiliteitsbouw blijft het beeld voorlopig minder gunstig. De investeringen in bedrijfsgebouwen liggen inmiddels ongeveer 20% lager dan in dezelfde periode in 2022.
De krimp zit vooral in de nieuwbouw. Uit de afgegeven bouwvergunningen voor bedrijfsgebouwen blijkt dat onderhoud enig tegenwicht biedt. De waarde van vergunningen voor onderhoud is de afgelopen jaren toegenomen, onder meer door meer verduurzamingsmaatregelen. Bij de nieuwbouw lijkt het dieptepunt volgens ING halverwege 2025 te zijn bereikt.
Bij hallen en loodsen daalde de vergunningverlening in 2025 met circa 50%. Voor kantoren ziet ING juist voorzichtig herstel.
Meer woningbouwvergunningen en een lichte groei van de bouwproductie in 2027 bieden perspectief. Tegelijkertijd blijft het herstel van de daadwerkelijke materiaalvraag beperkt en verschuift een deel van de markt richting onderhoud, renovatie en andere materiaaltoepassingen.