Welke lessen trekken uit de algemene kosten van bouwbedrijven
Welke lessen trekken uit de algemene kosten van bouwbedrijven
Het Economisch Instituut voor de Bouw heeft recent de algemene kosten van hoofdaannemers in de b&u en gww onderzocht over de periode 2022-2024. Het rapport geeft een geactualiseerd beeld van de capaciteit die bouwbedrijven besteden aan onder meer personeel, calculatie, ICT, huisvesting en vervoer.
Die cijfers roepen ook een interessante vraag op voor de bouwmaterialenhandel: waar kan de groothandel klanten helpen om processen eenvoudiger, sneller of voorspelbaarder te maken? In dit artikel verkennen we vier lessen voor de commerciële praktijk.
De kostenstructuur en bedrijfsvoering van een groothandel verschillen van die van een hoofdaannemer. De cijfers bieden wel aanknopingspunten om naar de eigen dienstverlening en klantwaarde te kijken.
1. Minder calculatielast voor klanten
Bij aannemers in de b&u bestaat 14,7% van de algemene kosten uit tenderkosten. Vrijwel het volledige aandeel hangt samen met calculatiewerk voor projecten waarvoor uiteindelijk geen opdracht wordt verkregen.
Voor de bouwmaterialengroothandel kan hier een kans liggen om complete en direct bruikbare informatie te leveren. Denk aan actuele prijzen, beschikbaarheid, alternatieven, verwerkingsvoorschriften en milieudata. Hoe beter een offerte aansluit op de begroting en informatiebehoefte van de klant, hoe meer tijd dat in het calculatieproces kan besparen.
2. Extra waarde voor kleinere bouwbedrijven
Kleinere bouwbedrijven hebben volgens het EIB relatief hogere algemene kosten dan grotere bedrijven. Het instituut wijst er daarbij op dat ook verschillen in uitbesteding en bedrijfsopbouw een rol spelen.
Kleinere bedrijven hebben doorgaans minder capaciteit beschikbaar voor taken als inkoop, productselectie, administratie en het bijhouden van regelgeving. De groothandel kan hier mogelijk ondersteuning bieden met materiaalpakketten, technisch advies, projectinformatie en levering per werkfase. Zo kan de dienstverlening beter aansluiten op de organisatie en werkwijze van de klant.
3. Een passende aanpak voor onderhoud en renovatie
Bedrijven die vooral actief zijn in onderhoud hebben volgens het EIB een hoger percentage algemene kosten dan bedrijven die voornamelijk nieuwbouw uitvoeren. Ook de omvang van de bedrijven speelt hierbij een rol.
Onderhoud en renovatie kennen vaak kleinere orders, meer variatie en een grotere behoefte aan snel beschikbare of vervangende producten. Beschikbaarheid, snelheid en ondersteuning bij productkeuzes kunnen in dit segment daarom zwaar wegen. Een assortiment en dienstverlening die daarop aansluiten, kunnen de positie van de bouwmaterialengroothandel versterken.
4. Productdata als onderdeel van de dienstverlening
Indirecte personeelskosten vormen bij de onderzochte bouwbedrijven bijna de helft van de algemene kosten. Ook ICT heeft hierin een substantieel aandeel. Dat laat zien hoeveel capaciteit bedrijven besteden aan administratie, documentatie en informatieverwerking.
Actuele en uniforme productdata kan helpen om zoekwerk, handmatige invoer en fouten te beperken. Ook kan goede productinformatie ervoor zorgen dat producten eerder en eenvoudiger worden meegenomen in het keuze-, calculatie- en inkoopproces.
Van materiaalprijs naar klantwaarde
Het EIB-rapport laat zien dat bouwbedrijven veel tijd en geld besteden aan processen rond het eigenlijke bouwwerk. Een groothandel die calculatie, informatievoorziening, productkeuze en logistiek eenvoudiger maakt, kan klanten helpen hun projectkosten en organisatie beter te beheersen.
Dat biedt aanknopingspunten voor gesprekken over leveringszekerheid, snelheid, service en rendement. Hier kan de bouwmaterialengroothandel haar toegevoegde waarde in de keten verder zichtbaar maken.
Bekijk hier de EIB-publicatie over algemene kosten in het bouwbedrijf 2022-2024