Concurrentie- en relatiebeding
Concurrentie- en relatiebeding
Werkgevers maken zich terecht zorgen over belangrijke krachten in hun bedrijf die vertrekken met veel kennis van het bedrijf, de markt, de klanten en de producten. Dat kan stevige gevolgen hebben als iemand met die kennis bij de concurrent gaat werken of voor zichzelf begint. De oplossing wordt meestal gezocht door een relatiebeding en/of concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst op te nemen. Daar gaat binnenkort het nodige aan veranderen, want dan mag je niet zonder meer een dergelijk beding in een contract opnemen. De achterliggende gedachte is dat het te veel de vrijheid van beweging van personen, één van de basisbeginselen van de Europese Unie, beperkt.
Op dit moment staat er in ruim één derde van de arbeidsovereenkomsten een beding dat de bewegingsruimte beperkt. Daarbij kan beperking van de vrijheid oplopen tot 5 jaar, maar meestal toch nog voor een jaar of twee. Doordat bedrijven gebruik maken van standaard arbeidsovereenkomsten komt het beding ook voor bij functies waarvan je je kunt afvragen of dat passend is. Dit kabinet en ook vorige kabinetten redeneren dat het belang van de werknemer onevenredig zwaar aangetast wordt door de manier waarop een concurrentiebeding wordt ingezet.
Er komt een beperking aan het relatie- en concurrentiebeding, alleen is niet duidelijk wanneer. Mogelijk dit jaar, maar het kan ook in 2027 plaatsvinden. De contouren zijn al wel duidelijk: een maximumduur, eisen aan de geografische reikwijdte, een zwaardere motiveringsplicht en een verplichte vergoeding.
Een concurrentiebeding mag maximaal 12 maanden duren. Staat er een langere duur in, of is er géén duur opgenomen, dan is het beding nietig.
De geografische reikwijdte moet expliciet in het beding beschreven staan. Aan de omvang zelf worden geen inhoudelijke beperkingen gesteld, maar als er géén reikwijdte is opgenomen, is het beding nietig.
Een duidelijke motivering waarom er sprake is van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang is verplicht en moet opgenomen in het beding. Die motivering dient specifiek te zijn en aan te sluiten op de werknemer én de functie. Een standaardtekst (“copy-paste”) is dus onvoldoende. Zonder die motivering is het beding nietig.
Er komt ook een verplichte vergoeding. Wil een werkgever een werknemer aan het concurrentiebeding houden, dan gelden extra verplichtingen:
- De werkgever moet tijdig en schriftelijk laten weten dat hij de werknemer aan het beding houdt.
- De werkgever moet een vergoeding betalen van 50% van het laatstgenoten maandsalaris voor elke maand dat het beding geldt.
- De vergoeding moet volledig betaald zijn uiterlijk op de laatste dag van het dienstverband.
- Betaalt de werkgever te laat? Dan vervalt het beding, maar de vergoeding blijft wel verschuldigd.
Tot slot geldt een inkomensgrens: een concurrentiebeding is nietig als de werknemer minder verdient dan 1,5 x modaal. Dat komt neer op ongeveer € 70.000 bruto per jaar (circa € 5.800 bruto per maand).
Het wetsvoorstel wordt naar verwachting dit jaar nog naar de Tweede Kamer gestuurd. Of het helemaal gaat uitpakken als hier beschreven wordt is ook nog niet duidelijk. In onze cao staat een oproep bij de werkafspraken om terughoudend te zijn met een relatie- en/of concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst.
Het is dus belangrijk om de arbeidsovereenkomsten te controleren. Kijk of wat er is opgenomen de toets van de aankomende wetgeving kan doorstaan. Het overgangsrecht is hier van toepassing: ook bij bestaande concurrentiebedingen moet een werkgever zich tijdig op het beding beroepen én de vergoeding betalen.