Loon voor later (3): De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel
Loon voor later (3): De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel
Loon voor later (3): De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel
Voor wie het gemist heeft, we gaan over naar een pensioenstelsel. En over niet al te lange tijd. De eerste pensioenfondsen zijn dit jaar overgegaan en de komende tijd zullen er veel meer volgen. Het bedrijfstakpensioenfonds HiBiN gaat over per 1 oktober dit jaar. Zo luidt de planning.
Het wordt een zogenaamde dubbele transitie. Ten eerste legt voortaan iedere werknemer een vaste premie in die wordt belegd. Het pensioen dat je uiteindelijk ontvangt, hangt af van de beleggingsresultaten. Ten tweede wordt het huidige pensioenvermogen onder het nieuwe stelsel gebracht. Ook hier geldt dat het rendement van het belegde vermogen de hoogte van het pensioen bepaalt.
De nieuwe pensioenregeling waar vakbonden en werkgevers voor hebben gekozen is de Solidaire Premieregeling (SPR). De belangrijkste kenmerken van de SPR zijn:
- Collectief beleggen: iedereen belegt via één gezamenlijke pot, wat lagere kosten oplevert door schaalvoordeel.
- Solidariteitsreserve: er is een gedeelde buffer die in goede jaren wordt gevuld en in slechte jaren tegenvallers opvangt. Hierdoor is het pensioen wat stabieler, vooral voor mensen die al bijna met pensioen zijn.
- Je hebt geen eigen, apart zichtbaar ‘potje’ — het pensioenvermogen wordt toegerekend op basis van een verdeelmodel, maar het beleggen zelf gebeurt collectief.
- Risico’s, zoals tegenvallende beleggingen, worden dus met alle deelnemers gedeeld.
Het huidige pensioenvermogen wordt bij de overgang naar de nieuwe regeling rekenkundig verdeeld over de deelnemers, gepensioneerden en slapers in het pensioenfonds, maar blijft in één ‘pot’. De overgang wordt invaren genoemd en bij het invaren wordt er direct een verdeling gemaakt. Naast toedeling aan deelnemers wordt een deel van het vermogen ook voor andere onderdelen gebruikt. De verdeling bestaat uit de volgende onderdelen:
- Minimaal Vereist Eigen Vermogen (MVEV)
- Voorziening voor Operationele Risico’s (VOR)
- Persoonlijke pensioenvermogens van de deelnemers
- Solidariteitsreserve
- Compensatie voor afschaffing doorsneesystematiek (huidige regeling)
Hoe de verdeling plaatsvindt hangt af van de hoogte van de actuele dekkingsgraad van Bpf HiBiN (zie onderaan dit artikel). Werknemers en werkgevers hebben afgesproken hoe de verdeling moet plaatsvinden afhankelijk van de hoogte van de dekkingsgraad. Hoe de verdeling eruitziet staat in de tabel. In eerste instantie worden de MVEV en de VOR gevuld, vervolgens gaat er geld naar de solidariteitsreserve en de compensatieregeling. Vanaf 107,5% worden de persoonlijke pensioenvermogens verder gevuld. Duidelijk is dat hoe hoger de dekkingsgraad, hoe beter dat is voor het persoonlijk pensioenvermogen van de deelnemer.
| Hoogte dekkingsgraad | Bijbehorende actie |
|---|---|
| Lager dan 95% | Er wordt niet ingevaren. Er worden maatregelen genomen om binnen een bepaalde periode, in ieder geval vóór 1 januari 2028, alsnog te kunnen invaren. |
| Tussen 95% en 104,5% | Bpf HiBiN gaat samen met werkgevers en werknemers om de tafel om te bespreken of er alsnog kan worden ingevaren. |
| Tussen 104,5% en 107,5% | Bpf HiBiN heeft van werkgevers en werknemers de opdracht gekregen om dit deel op een vooraf afgesproken manier te verdelen over de verschillende onderdelen. |
| Tussen 107,5% en 140% | Het deel van de dekkingsgraad tussen 107,5% en 140% wordt verdeeld over de persoonlijke pensioenvermogens. |
| Hoger dan 140% | Er volgt overleg tussen Bpf HiBiN, werkgevers en werknemers, bijvoorbeeld om de solidariteitsreserve te verhogen zodat toekomstige tegenvallers beter kunnen worden opgevangen. |
In het volgende artikel over Loon voor Later gaan we in op de compensatieregeling.