EIB: versnelling woningnieuwbouw, bij aanhoudende arbeidskrapte 2026
27.01.2026 / Marktontwikkelingen en trends,

EIB: versnelling woningnieuwbouw, bij aanhoudende arbeidskrapte 2026

EIB: versnelling woningnieuwbouw, bij aanhoudende arbeidskrapte 2026

Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) heeft in januari 2026 de publicatie ‘Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2026’ uitgebracht. Hibin haalt hieronder een aantal kernuitkomsten uit de studie en het bijbehorende persbericht, met een korte duiding voor onze achterban.

Het EIB schetst dat de bouw in 2025 weer gematigd groeide: de totale bouwproductie nam met 1,5% toe. Opvallend is het contrast binnen de woningbouw: de nieuwbouwproductie steeg in 2025 met 6%, maar het aantal opgeleverde woningen kwam uit op 68.000. Volgens het EIB komt dat vooral doordat doorlooptijden zijn opgelopen en meer (grotere) projecten later opleveren dan gebruikelijk.

Voor 2026 en 2027 verwacht het EIB juist een duidelijke versnelling in de woningnieuwbouw. Het aantal opleveringen stijgt naar 80.000 woningen in 2026 en 84.000 in 2027, bijna 25% hoger in twee jaar. Ook de productie in woningnieuwbouw trekt stevig aan, met groeicijfers van circa 9% in 2026 en 8% in 2027. Daarmee groeit de totale woningbouwproductie in beide jaren rond de 5%.

Buiten de woningbouw blijft het beeld gemengd. De utiliteitsbouw krimpt in 2026 nog (met name door dalende nieuwbouw), maar vanaf 2027 voorziet het EIB herstel, onder andere bij bedrijfsgebouwen en – vanaf lage niveaus – winkels en kantoren. De grond-, water- en wegenbouw blijft volgens het EIB robuust groeien, gedragen door investeringen in de energiesector (zoals verzwaring van elektriciteitsnetten) en wateropgaven. Per saldo groeit de totale bouwproductie naar verwachting met 2,5% in 2026 en 4,5% in 2027.

De arbeidsmarkt blijft daarbij een beperkende factor. Het EIB verwacht aanhoudende krapte en een grote instroomopgave richting 2030, mede omdat extra defensie-investeringen niet alleen bouwvraag creëren, maar ook concurreren om technisch personeel.

Wie meer details en onderbouwing wil, ga dan naar de EIB-publicatie.

Auteur Eib